Mijn laatste ochtend op Isabela eiland komt het er dan toch onverwacht van: zwemmen met een zeeleeuw! Daar hoef je dus niet eens een tour voor te boeken. In een baaitje vlakbij de haven wachten de zeeleeuwen gewoon op weer nieuwe snorkelaars om mee te spelen. Ik ben blij dat ik ergens al had gelezen dat ze je ‘voor de gein’ lichtjes bijten, anders was ik me kapot geschrokken van inderdaad een ‘plaag-bijtje’ in mijn been. Het is Zeeleeuws voor: ‘Hey you, kom je spelen?’ Het spelen komt vooral bij de mensen niet helemaal vanzelf, want indrukwekkend blijft het om toch een vrij groot beest met twee van die bolle zwarte ogen in dat koppie recht op je af te zien komen!
Op de kant is een dikke zeeleeuw precies gaan liggen op het bankje waar ik me om wil kleden. Verschillende grote Iguana’s liggen ook lekker te zonnen en de koraalrode krabben dribbelen op hun ‘spitzen’ van links naar rechts. Het is hier heel gewoon om drie of vier diersoorten moeiteloos op een foto te kunnen vastleggen. En dat is toch eigenlijk best bijzonder in het wild.
Omdat veel boten tussen de eilanden al volgeboekt zijn heb ik maar een middagboot geboekt. Ik moet weer terug naar het eerste eiland, Santa Cruz, om door te kunnen reizen naar het derde en laatste eiland. Het komt me nu goed uit, want ik heb weer ‘telefoon-stress’. Ik ben hele nachten in de weer met snoertjes en reset’s, maar het kolere ding wil maar niet laden en op het hoofdeiland zit mijn telefoonmannetje. Ik heb sowieso allerlei gekke technische dingetjes deze dagen. Het is me al drie keer gebeurd dat mijn telefoon ‘verspringt’ naar ‘Quito’-tijd; een uur later. Ik ben dus twee keer -na heel erg haasten- een uur te vroeg voor een boot en zit één keer om 05:00 uur ’s ochtends in plaats van 06:00 uur aan het ontbijt! Er zijn grappig genoeg altijd een paar iPhone-bezitters om me heen met hetzelfde probleem.
In de ferry check ik alvast even hoe ik naar mijn hostel moet lopen vanavond. Google Maps doet rare dingen en ineens begrijp ik waarom: ik heb voor vanavond per ongeluk een hostel in Mexico geboekt! Het heeft dezelfde naam als het hostel dat ik getipt kreeg voor vanavond, maar het is dus in een ander land! Vanuit de boot cancel ik Mexico en boek ik snel een hostel op de Galapagos. Haha, gratis annulering, niks aan ’t handje… leve Booking (en het zijn commerciële uitbuiters, dat ook!)
Het telefoonmannetje heeft zijn baas ingeschakeld voor mijn moeilijke casus en van de baas krijg ik de volgende dag weer een nieuwe kabel. En verdomd, die blijkt wel te werken. Ik snap er helemaal niks van, maar dat hoeft ook niet. Het werkt! Ik heb nog net tijd in de ochtend voor een snorkel in ‘Las Grietas’; een soort gang tussen de rotsen waar je doorheen kunt snorkelen. Het is weer bloedheet, dus het ijskoude water tussen de rotsen is heerlijk. Er is geen vis te zien en de mensen schreeuwen me te veel, maar hier gaat het vooral om de unieke plek. Ik vind het sowieso een uitdaging om de mensen ‘uit’ te zetten bij de tours; voor je het weet zit je een gesprek over eetstoornissen tussen twee Amerikaanse meiden te volgen als je eigenlijk gewoon van de omgeving wilt genieten.
Ik neem mijn allerlaatste boot naar het laatste eiland; San Cristobal. De snelheid van de boten went en het pakje Cinnarizine is al bijna leeg. Ik wil thuis een standbeeld oprichten voor Janny uit Castricum, de vriendin van mijn moeder die bij de apotheek werkte en haar deze tip gaf tegen reisziekte; deze tip is echt een standbeeld waard. Op San Cristobal tref ik mijn twee Duitse matties uit de Amazone. Het gaat nog steeds veel over ‘Racoons’, maar gelukkig af en toe ook over iets anders. Ik kom erachter dat ik precies even oud ben als de moeder van een van de twee. Blijft bizar, want onze dynamiek is er eentje van ‘fellow travellers’. Het is wel grappig dat ik die avond nog nooit zo goedkoop heb gegeten en zij nog nooit zo duur.
Op vrijdag doen mijn ‘stalkertjes’ en ik de ‘360 graden tour’; een beroemde snorkeltour waarbij je het hele eiland rondvaart. We zitten aan boord met twaalf mensen, waarvan er eentje niet kan zwemmen (??). Binnen no time worden tien van de twaalf mensen zeeziek; er wordt overgegeven tijdens het snorkelen en over de rand van de boot. Dankzij Janny heb ik nergens last van (standbeeld!). De gids is een uitermate irritant ventje, die overdreven enthousiast ons de dag van ons leven wil laten hebben, maar ondertussen totale chaos laat bestaan in het water en de zeezieken compleet negeert. Alleen maar bezig met haaien en reviews.
Maar goed, we zijn bij Kickers rock; een highlight die bekend staat om de ‘hammerhead-haaien’. Er is mega stroming, het klotst als een gek en hoe ik ook mijn best doe, ik zie steeds maar een deel van de haaien onder me en nooit het kenmerkende ‘hamer-hoofd’. Ik zie wel de prachtige Frigate vogel, die zijn vuurrode hals kan opblazen als een ballon, maar ik heb geen verrekijker bij de hand en ik probeer te overleven in het klotsende water.
Zo jakkeren we de hele dag met een reuzensnelheid door het water, om die 360 graden maar te halen. De sfeer op de boot is niet uitzinnig; hoe enthousiaster de gids doet, hoe chagrijniger de zieke snorkelaars. Ik merk dat ik het lastig vind om zo’n dag totaal geleefd te worden; ik voel me opgejaagd en ik moet erg mijn best doen om een beetje bij mezelf te blijven. De laatste stop is een prachtig luw turquoise meertje, waar we drie kwartier zwemmen met zeeschildpadden; adembenemend om hen door het water te zien ‘zweven’. Eén schildpad wordt omringd door visjes die hem ontdoen van de algen op zijn schild; een prachtig gezicht. Die ontmoetingen met dieren vind ik DE reden om naar de Galapagos te komen, als er tenminste geen druiloor met een ‘Go Pro’ onderwater camera op een stick tussen jou en het dier komt zwemmen. En dat risico is hier groot. Het heeft ook voordelen; het is leuk om na deze dag alle Go Pro-filmpjes van de gids te ontvangen. Fooi krijgt ie helaas van niemand.
Mijn laatste dag van de reis heb ik vooral geen zin meer om te haasten. Ik heb een uitermate interessant gesprek met de Zwitserse eigenaresse (rond de 60, schat ik) van mijn hostel die getrouwd is met een local. Ze vertelt dat ze al veertig jaar eigenlijk niet integreert, want de lokale bevolking houdt er nogal conservatieve ideeën over vrouwen op na. Ze vertelt over het wankele evenwicht qua aantallen toeristen op de Galapagos en de bronnen die er zijn. Wanneer is de grens bereikt? Water en energie zijn zeer schaars. Moeten ze zout water proberen zoet te krijgen om in drinkwater te kunnen blijven voorzien? Bijna alle ‘locals’ kiezen voor de korte termijn; meer hotels, meer toeristen en meer inkomsten. De kansen voor exclusief eco-toerisme die ik hier zie -en de eigenaresse en tevens gids is het helemaal met me eens - zouden net zoveel geld in het laatje brengen, maar het natuurlijk evenwicht van alles beter in stand houden. De locals houden zich weinig bezig met wereldproblematiek en de Zwitserse zit zich te verbijten, omdat zij wel ziet wat de mondiale invloeden zijn op de Galapagos. Allemaal dilemma’s rondom de juiste balans. Ik ben met mijn bezoek ‘onderdeel van het probleem’ en heb daarom weinig recht van spreken, maar het houdt me wel bezig.
Ik heb behoefte aan alleen afscheid nemen van de Galapagos en eigenlijk van de hele zeven weken op pad zijn, dus ik wimpel mijn ‘stalkers’ even af. Ik maak een vrij inspannende hike naar een verlaten strand, waar ik helemaal alleen in de zee tussen de schildpadden en de Iguanen zwem. Ik probeer iedere stap -van steen naar steen - zorgvuldig te zetten, want het is geen handige tijd en plek voor een verstuikte enkel. Het is tijd voor -een door Marieke bestelde - epiloog:
Ik heb enorm genoten van dit avontuur. Ik heb weinig talent voor voorpret, maar gaandeweg realiseerde ik me dat ik zoveel dingen leuk vind aan reizen. Je test je grenzen, je spullen en je lijf en je improvisatie vermogen. Alles wordt weer even optimaal benut. Je leeft een stuk intensiever dan thuis. Je leeft vanuit je koffer en je hebt daarmee al veel ruis verwijderd.
Ik vond het solo reizen veel fijner dan gedacht. Alleen eten in een restaurant beschouwde ik als een gegeven en werd daarmee niet zo ‘awkward’ als ik had gevreesd. Ik vond het prima reizen met mijzelf als gezelschap en dat treft voor een mogelijk volgend avontuur; onze agenda’s lopen namelijk naadloos in elkaar over! Ik vond het ook leuk om af en toe samen op te trekken met anderen, maar met mate, want ik ga al snel zo op in het sociaal verkeer, dat ik de omgeving minder goed in me opneem. Wel heel leuk: die slinger van mensen die je korter of langer spreekt op je trip; een ketting van random ontmoetingen met mensen die soms best vertrouwd voelden.
Ik vond het heerlijk om alles op te schrijven. Het kost tijd, maar het is ook mijn manier van ‘processen’. En het is heel leuk om reacties te krijgen en het gevoel te hebben dat mensen een beetje met je meereizen. Shout out naar jullie! Wat ontzettend leuk dat jullie erbij waren!
Het waren zeven weken zonder al te veel wereldnieuws. Ik checkte af en toe Nu.nl, maar veel details drongen niet door. En -heel eerlijk- ik vond dat ook wel even lekker; even pauze van voornamelijk stom en demotiverend nieuws. De locals leken er ook niet mee bezig; ik zag niemand een krant lezen en ik zag weinig nieuws op TV voorbij komen. Best apart dat er geen interesse lijkt, maar ook best een fijne tegenhanger voor ons kikkerlandje, waar we soms een beetje doorslaan met elke zin van Trump dood-analyseren aan maar liefst drie talkshow tafels per avond. Maar goed, de vrienden hebben flink gedemonstreerd de afgelopen weken, dus ik zal waar nodig ook weer mijn steentje gaan bijdragen.
Een volgende keer zou ik meer willen investeren in het leren van de taal vooraf. Ik heb de gesprekken als bron van informatie met bijvoorbeeld taxichauffeurs wel gemist. Je krijgt gewoon minder mee. En het viel me van mezelf tegen dat ik toch vrij snel te verleiden was tot het nemen van vluchten, waar ik thuis nog perse alles over land wilde doen. Maar soms was het niet veilig en soms gewoon te vermoeiend om een hele dag in een bus te zitten.
Voor mij -als vijftiger met een koffer- hoort bij reizen inmiddels blijkbaar ook een zekere mate van comfort. Want reizen is soms best hard werken! Al het plannen en boeken onderweg en toch ook ‘in het nu’ blijven. Best een tricky balans. Hoeveel contact met thuis? Goed op je spullen letten, bagage eindeloos herpakken en elke dag inhoud daypack bepalen, situaties inschatten (gaat deze taxichauffeur mij A. thuisbrengen of B. verkrachten? Waar moet ik precies de bus uit? Zou de boot nog komen of kwam die aan in een andere haven?), altijd laagje zonnebrand want dicht bij de evenaar en oh help alweer bijspuiten met Deet tegen de muggen, want het begint te schemeren. Zorgen die je thuis niet of minder hebt.
Maar bovenal voelde ik me een hele erge bofkont; dat dit zomaar kan! Dat ik weg mocht van de ‘baas’! Zeven weken je eigen zin doen. Zeven weken in andere bedden slapen. Zeven weken uit eten. De vrijheid om zoiets te doen en -in mijn geval - er weinig thuis voor te hoeven organiseren. Je reist door landen waar mensen alleen maar kunnen dromen van een bezoek aan Europa, dus ik heb mijn ‘privilege’ elke dag gevoeld. En dat het allemaal zo goed is gegaan. Op hoeveel manieren er niet iets mis kan gaan tijdens zo’n reis; een ongeluk of een vitaal bagagestuk kwijtraken. En dat mijn lijf het zo goed doet. En dat er geen (al te) gekke dingen gebeurde aan het thuisfront. Allemaal dikke mazzel. Tel je zegeningen.
Het was een feest -om met Marlies te spreken- om te mogen ontdekken waar andere mensen elders op de wereld mee bezig zijn. Hoe het er daar uit ziet, ruikt en proeft. ‘There is a whole world out there!’. Dat gevoel. Dat is weer goed gaan kriebelen en borrelen en zal -als mijn ecologische voetprint het toestaat - vast wel weer een bron zijn voor nieuwe avonturen.