dinsdag 14 augustus 2012
(On)rust
Vakantie is een vreemd ding. Zo is het bijvoorbeeld zaak de juiste balans te vinden tussen in- en ontspanning. Ik had net tot het laatste besloten op mijn vale handdoekje aan een Kroatisch strand en begon al zo’n beetje weg te doezelen, toen de doffe discodreunen uit roestige boxen mijn oren bereikten. Geërgerd keek in de richting van het geluid, net als de keurige Engelse dames naast mij, die ook net zo’n fijn wit lounge bed hadden gehuurd.
Een meneer begon tegen de discodreun in –voor mij, maar ook vast voor de Kroaten- onverstaanbare Kroatische dingen door de microfoon te roepen. Ik dacht associatief dingen als ‘het is vast een hobby DJ’ en ‘waarschijnlijk is het een eeuwenlange Kroatische traditie om een lekker muziekje te draaien bij het bruin bakken’. Toen ik vijf minuten later - ik moet ondanks de beat toch even zijn weggedommeld- opkeek, bleek de ware toedracht.
Ik zag nu geen meneer meer, maar een meisje dat op de platte steen in het water oefeningen aan het doen was in sportkleren. Toen pas zag ik ook dat het strand, op mij en de Engelse dames na, zo ongeveer leeg was. Tegenover het meisje stonden bijna alle strandbezoekers tot hun middel in het water. Ze probeerden in spiegelbeeld na te doen wat het meisje hen zo monter voordeed. Voornamelijk vrouwen, maar ik ontwaarde zowaar ook twee mannen met hun handen in de lucht. Ik ben er op zich altijd erg voor als mannen de vrouw in zichzelf laten zien, maar dit zag er toch knap lullig uit.
Toen ik naderbij kwam om geamuseerd wat plaatjes te schieten, realiseerde ik mij dat dit dan aqua joggen moest zijn. En ik realiseerde me ook dat de meerderheid van de mensen tijdens hun vakantie blijkbaar helemaal niet automatisch voor ontspanning kiest! Betrapt keken de Engelse dames en ik naar elkaar. Ik probeerde nog een beetje mijn been op en neer te heffen vanaf mijn lounge bed, maar dat kwam toch wat halfslachtig over. De les duurde nog akelig lang, maar uiteindelijk verstomde dan de muziek en kon de rust op ons strand wederkeren.
donderdag 24 mei 2012
Safari in Slotermeer
‘Een reisbureau zou mensensafari’s naar Diemen-Zuid moeten organiseren’, schreef Arnon Grunberg gisteren in zijn voetnoot in de Volkskrant. Gebeurd al, Arnon! Alleen dan in Slotermeer! Verslag van een toerist in eigen stad.
Aangetrokken door een poster van een uitzinnige Adelheid Roosen samen met (kut)Marokkanen op scootertjes, melden A. en ik ons op zaterdag op een voetbalveldje in Slotermeer. We worden ontvangen door Abdel, een Marokkaanse jongen, die met zijn Montessori accent misplaatst lijkt in deze afgelegen wijk. De dag ervoor belde Abdel ons op onze mobieltjes om tijd en plaats door te geven. Ook moesten we hem zeggen, welke droom ons in onze jeugd achtervolgde. Dat belooft wat. Terwijl Abdel een voetbal op zijn vinger probeert te laten tollen, schaart ook Adelheid Roosen, de bedenkster van deze stadssafari, zich bij de groep. Ze kondigt aan op te willen gaan in het publiek en geen directe vragen te willen ontvangen. Dat is best een opdracht , want probeer een hoofd als dat van Adelheid maar eens stelselmatig te negeren.
Als alle leden van onze groep, ik schat theaterliefhebbers en Groen Links stemmers, zijn gearriveerd, rolt de bal van Abdel van zijn vinger over straat. Een klein meisje volgt de bal en pakt hem op, een Marokkaanse vrouw maakt een keel geluid van het balkon. We worden geroepen. Met Abdel gaan we het huis van een Marokkaanse familie binnen. Schoenen uit, tafel keurig gedekt, grote banken in het rond. Abdel vertelt over zijn jeugd tussen twee culturen en Malika schept heerlijk eten op. Het publiek moet vertellen over ‘vrijheid’, wat is dat voor iedereen? Ruimte om jezelf te zijn? Malika zegt; studeren, baan, eten en een huis; dat is vrijheid. Gewoon simpel, zegt zij. Haar man begeleidt de verhalen op de Ud en met een diepe weemoedige stem.
Iedereen zet zich weer in beweging. We gaan met Malika via de achterdeur haar buurtsuper binnen. Het voelt heel expeditie-achtig, terwijl dit toch echt nog steeds Amsterdam is. Abdel grist twaalf zakken Couscous-kruiden uit het rek en deelt die uit. Op het plein ’40-’45 bezoeken we het walhalla onder de Toko’s: ‘verscentrum Tanger’. Malika legt uit welke olijven we wel en niet moeten hebben en Abdel laat zien hoe je handen wast met behulp van een zilver kleurige ketel. Je herkent onmiddellijk de andere groepen van de stadssafari; blijkbaar zijn we hier toch echt een minderheid.
Na een kort intermezzo van een klein autootje met daarin een gesluierde vrouw, die een liefdesliedje zingt, mogen we met onze nieuwe ‘gastouders’ mee: ‘Ton en Paul’. Ton heeft overal Tattoos. Zijn beroep is hash-cakejes-bakker en in zijn vrije tijd hangt Ton aan ‘haaienhaken’ die door zijn rug worden gespiesd en waaraan Ton door een hijskraan wordt opgetild. Hangend aan de haken kan Ton zijn leven ineens weer heel goed overzien. Paul is paranormaal begaafd. Helaas heeft Paul blijkbaar iets ontdekt aan mijn aura, want hij blijft me achtervolgen; ik ben ‘er’ immers ook heel gevoelig voor, aldus Paul. Hij begint net te beschrijven hoe hij bij mij 'een koffer met verdriet' ontwaart als gelukkig de Marokkaanse scooterjongens voorrijden en we allemaal een scooterjongen mogen uitzoeken om bij achterop te gaan.Yeehaa! Te gek! Met de wind door de haren scheuren we door de stille straatjes, waar de oranje vlaggetjes wapperend wachten op het EK. Slotermeer zoals Slotermeer bedoeld is!!
Na nog een sessie met Ton en Paul komen alle groepen samen onder het raam van de subsidiegever: stadsdeelkantoor Slotermeer. De scooterjongens doen een scooterballet op Andre Rieu-achtige muziek, inclusief het subtiel naar links en rechts kantelen van hun scooters. Lachen. Op weg naar de gezamenlijke eindmaaltijd moeten we ook verplicht weer vragen uitwisselen met een (nog) onbekende andere bezoeker. Even wegdromen is er niet bij tijdens deze excursie.
Bij de maaltijd komen alle hoofdrolspelers uit de ‘voorstelling van het leven’ nog een keer voorbij. Groot applaus.
Een troost; we kunnen nog drie keer naar deze voorstelling, want er zijn nog zes huiskamers die wachten om ontdekt te worden. Best een goeie safari in crisis tijd. Zelfs de olijven blijken goedkoper in Slotermeer.
maandag 2 april 2012
Café Tabac

De organisatoren noemen het zelf ‘het best bewaarde geheim’ van Amsterdam (nu het op mijn blog staat, is dat natuurlijk snel afgelopen). Elke eerste zondag van de maand is er in Café Tabac, bij de Noordermarkt, een literaire avond. Sunday at the Village. Een dichtersavond, zou Huub van der Lubbe zeggen. Gedichten, maar ook verhalen en intieme muziek. Dat klinkt altijd een beetje griezelig, intiem, maar je weet wat ik bedoel.
De avonden trekken een prettig publiek (best jong, best hip en in elk geval stil tijdens de optredens). Er is een piepklein podiumpje en er zijn brandende kaarsjes. Achter de donkere ramen van het café zie je de Noorderkerk prachtig oplichten. De presentatie is in handen van een nogal typische oudere schrijver, die niet kan presenteren en hiertoe wordt bijgestaan door een jonge hippe schrijfster, die het eigenlijk ook niet kan. Maar de avonden zijn zo goed. Mooi in hun eenvoud.
Het is terug naar de basis, in café Tabac. Een verhaal, een lied, een gedicht krijgt waarvoor ze zijn gemaakt: aandachtig luisterende oren. Teksten over wat je ziet, hoort, proeft of meemaakt, met akkoorden of zonder; het komt allemaal op hetzelfde neer. Het leven delen. Uitwisseling. Dat gebeurt daar allemaal, op die zondagen in Tabac. De schrijvers of muzikanten staan op één meter van het publiek met trillende handen en een schorre stem, helemaal ‘naakt’ voor te dragen uit hun bundeltjes, al hun gedachten bloot. Net als de muzikanten. Geen drumstel om zich achter te verschuilen, geen trucjes meer om zich een houding te geven. In Tabac is alles echt. Geen schreeuwerigheid en geen competitie. Dat druist prettig in tegen de tijdgeest.
Vorige maand waren er twee zwarte dichters. Die dichtten allebei over huidskleur en alles wat daarbij komt kijken. Ik zat me nog af te vragen hoe lang zwarte dichters nog over huidskleur moeten dichten. Toen kwam het einde van de avond en bleek de witte dichter, die altijd gedichten leest op begrafenissen van eenzame mensen, stront lazarus te zijn. Hij probeerde zich door het café naar voren te werken voor zijn toegift, maar hij struikelde voortdurend over zijn eigen benen. Wel wist hij in al zijn beneveldheid, precies de drie zwarte mensen in de het café aan te wijzen en begon een onsamenhangend verhaal over de PVV voor de microfoon. Toen wist ik meteen weer waarom zwarte dichters nog over huidskleur moeten dichten. Het was pijnlijk, een smet op het paradijselijke van deze avonden. Maar het was wel echt.
Gisteren zat ik er weer. Op een krukje aan de bar. De dichters waren minder goed en minder dronken dan anders. Een Vlaamse had het in het Vlaams over seks. Dat is wel beter dan in het Nederlands, maar toch was het niet veel. Maar echt was het wel.
woensdag 29 februari 2012
Taarten van Abel

De leukste programma’s op tv zijn wat mij betreft toch vaak kinderprogramma’s. Maar misschien ben ik geen goede graadmeter, want toen ik van de week bij de tandarts met mijn arm in een vaas stuiterballen hing om er zorgvuldig eentje uit te zoeken, bleken die eigenlijk voor mensen tot 12 jaar bestemd.
Ik ben de laatste tijd –ik weet het, beetje sloom, het draait al seizoenen- verslingerd aan het kinderprogramma De taarten van Abel. De formule is simpel: kind met probleem schrijft brief, Abel komt langs om een taart te maken, Abel en kind kletsen ondertussen over het probleem, kind overhandigt trots de taart aan vader/moeder, oppas of klasgenoot. Soms gaat het niet over een probleem, maar over iets waar het kind trots op is, zoals gisteren. Tom van 11 jaar wilde een taart maken voor zijn vader; een boer die zijn koe Bertha 57 heel veel melk had laten produceren. Tom wil inderdaad zelf ook graag boer worden. Als ie tenminste geen filmster wordt. Tom had de laatste casting-ronde van de film Dik Trom net niet overleefd, wat een schande is, want Tom lijkt als twee toefjes slagroom op Dik Trom!
In de Taarten van Abel draait het wat mij betreft niet zozeer om de taarten of om Abel. Het is vooral het kind dat wordt ‘uitgelicht’ en ik vind de kinderen in het programma, uitzonderingen daargelaten, allemaal om op te vreten. Terwijl ik toch ook echt van taarten houd. En van Amsterdamse nichten, waar Abel een mooi voorbeeld van is. Het is dan ook heus leuk om Abel droog te horen reageren op de verhalen van de kinderen en zelfs het grootste leed met een welgeplaatste lolly weet te relativeren. Zijn taarten zijn altijd helemaal over de top, zoals het een goeie nicht betaamt en je krijgt bij voorbaat medelijden met het glazuurlaagje op de tanden van de blijde ontvanger. Maar de open, spontane, oprechte, positieve en wijze kinderen spelen altijd de hoofdrol. En terecht.
Vaak zijn het bij Abel kinderen waar iets bijzonders mee is. Zoals laatst, toen een meisje uit de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt vertelde hoe haar vader van het balkon was gevallen en hoe hij nu gelukkig ontwaakt was uit zijn coma. De vraag hoe het kon dat hij viel bleef onbeantwoord, maar voor het programma gaat het er nu eens een keertje over hoe zijn dochter het beleefde.
Mijn absolute favoriet was het meisje uit Heerhugowaard, die op 10% na, stekeblind is. Zij wilde een taart maken voor de dame die haar iedere dag naar de speciale school brengt in Amsterdam. Het meisje was zo kordaat en spontaan, dat het je aangreep. Dat gold zelfs voor haar, altijd nuchtere, taxichauffeuse, bleek toen ze de taart aan haar overhandigde. Er zijn veel te veel tranen op tv tegenwoordig, maar dit waren tenminste weer eens een keertje échte tranen van échte mensen. Programma om van te smullen.
zaterdag 25 februari 2012
Domino

Het is lastig terughalen wanneer dit precies begon, deze maalstroom, het woord lawine bewust even vermijdend. Het moet ongeveer twee weken geleden zijn geweest.
Ik ben met een hele kudde kinderen aan het schaatsen op het piepkleine vijvertje in het Vondelpark. De kinderen krijgen koude tenen en willen naar huis. Met al die schaatsen, tassen, drinkbekers en fietssleutels is het voor een hulpmoeder als ik, met nèt iets te weinig routine, best een tour om iedereen met de juiste schoenen op de juiste fiets te krijgen. Als ik, met één kind op het zadeltje voorop de Beach cruiser, eindelijk wil wegrijden, blijkt dat één van de vrolijk snuffelende herdershondjes van het hondenveldje mijn band lek heeft gebeten. Het hele eind naar huis dan maar lopen, met al die tassen en die roedel kinderen. Thuisgekomen blijk ik mijn fietssleutels onderweg te zijn verloren, grabbelend in mijn zak met die onhandige wanten. Omdat ik mijn fiets nog geen halve dag kan missen sta ik ’s avonds in de vrieskou, mijn handen af en toe ontdooiend in het teiltje lauw water, tussen de restanten van de Chinese 1000-klappers in mijn straat mijn band te plakken.
De volgende avond komt I. bij me langs. Er wordt een glas water omgestoten die mijn mooi uitgestalde kunstboek doet krullen van ellende. Een half uur later komt er, nadat ik haar Iphone heb ingeplugd, rook uit mijn versterker. Doorgebrand. Helaas, de komende weken geen muziek in huis, voor mij toch een vrij elementaire levensbehoefte. En het gitaar spelen, waarvoor we samenkomen, gaat ook al voor geen meter!
De volgende dag gaat gitaar spelen beter, maar doet mijn televisie raar. Als ik erover bel met UPC ligt een uur later ook mijn internet en telefoon eruit. Ik ruk tevergeefs stekkers uit contactdozen, start twintig keer opnieuw op, vervang kabels, maar de conclusie is duidelijk: pas over een week kan de UPC monteur langskomen. Help, een week geen internet!!!! Geen recepten bij die ene rode paprika in de koelkast, geen Skype-gesprekken met vriendinnen ver weg, geenGoogleiaanse oplossingen voor mijn kleine fysieke klachten, geen Facebook!! Ik ben niets zonder internet.
Het wekt in zo’n week bijna geen verbazing meer dat mijn dure en mooiste dubbelwandige Bodrum theeglas sneuvelt, mijn muts en handschoenen bij filmhuis Kriterion spoorloos verdwijnen en dat mijn nu zo dringend gewenste e-mailfunctie op mijn telefoon dienst weigert. Oei, wat is het stil in huis. En van dat ‘eindelijk eens een roman lezen’ komt ook al helemaal niks terecht.
Afgelopen weekend zat ik in de auto zo’n beetje tanden te stoken en opeens lag mijn volledige kroon op mijn tong. Ik was überhaupt vergeten dat ik een kroon had, maar volgens het tandartsenbezoek dat hierop volgde, bleek de lijm te hebben losgelaten. Natuurlijk. Dat soort dingen gebeuren…..deze week! Zal ik maar binnen blijven met ramen en deuren gesloten om erger te voorkomen? Of zou ik dan juist kans maken op een koolmonoxide vergiftiging? Toen gisteren bij Z. op school de stoppen doorsloegen, dacht ik even moment dat het aan mij lag (en dat mijn eigen stoppen zouden doorslaan).
Ik schrijf dit terwijl ik wacht op de UPC monteur. Ik wacht al drie uur. Ik hoop dat de komst van de monteur het begin gaat zijn van het omslagpunt. Dat zal toch wel een keer komen? Roept het ene (gelukkig materiële) onheil het andere op? Is het mijn aura, mijn energie, waar de apparaten zo nukkig op reageren? Komt ellende altijd in golven? Is het leven ‘offline’ nou relaxed of vooral gewoon superirritant? Het zijn vragen die mij dezer dagen bezighouden. Tot die $#^$%%*&^monteur nou eens een keertje aanbelt, want ik moet naar mijn werk! Superirritant!
Naschrift
De monteur kwam natuurlijk niet opdagen. Mijn afspraak is, om zeer onduidelijke redenen, verplaatst naar maandag. Het gewenste omslagpunt laat nog even op zich wachten. Mijn fietsketting liep gisteren maar twee keer van mijn fiets, mijn handen zien nog zwart. Ik zit nu in een internetcafe, vlak om de hoek. Ik voel me alsof ik op wereldreis ben. Maandag ben ik terug.
Naschrift 2
UPC Meneer van maandag kon me niet verder helpen. UPC Meneer van dinsdag ontdekte een kink in de kabel op 1 hoog, de enige etage waar ik geen sleutel van heb. Sleutel opgehaald op werk van buurjongen. Het bizar gesoldeerde stukje kabel is uiteindelijk vervangen. Het mag een wonder heten dat ik ooit internet heb gehad! Alles doet het weer. Vanavond kan ik mijn gerepareerde versterker ophalen. Kwam alles toch nog goed.
zaterdag 21 januari 2012
Bloot

In dit tijdperk van sociale media is iedereen bezig met privacy en het eventuele beschermen ervan. Staan er geen al te dronken foto’s op internet? Zal ik nu wel of niet mijn ex ontvrienden? Is dit nieuwtje iets om te twitteren, te Facebooken of toch meer iets voor mijn Linked-In?
De zorgen over deze vorm van blootgeven verbleken mijns inziens echter bij de meest basale vorm van exhibitionisme; die van de loopband bij de kassa van de supermarkt. Als je bent wat je eet -en daar geloof ik wel in- staan mensen zich dagelijks toch een partij bloot te geven bij de Appie, Dirk of Lidl! Alleen al de keuze voor een supermarkt zegt iets over een mens! Ik kwam laatst, tijdens mijn eerste bezoek aan een Lidl ooit, tussen de schappen een schichtige Margriet van der Linden van Opzij tegen. Helemaal geen Lidl-type, vind ik, en zij vond dat zo te zien ook. Het beeld van die kuif tussen die opengescheurde dozen heeft zich sindsdien hardnekkig in mijn brein genesteld.
In ‘mijn’ Dirk (ja, die geef ik zo maar even weg!) verzacht ik het wachten in de rij met het mij in stilte verbazen over wat mijn medewinkelaars hebben gevist uit de zee aan keuzemogelijkheden die een supermarkt feitelijk is. Smerig gehakt in een witte piepschuim verpakking, wit slap brood of alleen maar een pak Cornflakes of twee blikjes kattenvoer. Het is altijd voer voor mijn fantasie. Het zegt namelijk iets over smaakvoorkeur, inhoud van de portemonnee, eventueel aanwezige verslavingen (Best Bier of kattenvoer uit blik) en grootte van het huishouden; toch allemaal best intieme informatie. Omgekeerd zal mijn mandje met soja-yoghurt, biologische peren en incidenteel een pak negerzoenen (excusez le mot) ook wel eens tot een frons bij mijn loopbandburen leiden.
Eenzelfde –niet erkende- vorm van blootgeven zie je op Koninginnedag. Daar staan mensen gewoon schaamteloos achter hun dozen met 2e hands Porno DVD’s, te klein geworden reetveters, boeken over poezen van Jos Brink, elpees van Dennie Christian (en het aardig beest) en al lang in de prullenbak behorende, zwetende Teva’s. Ook berucht zijn de boekendozen met Anja Meulenbelts, behorend bij vrouwen die allang niet meer lesbisch noch feministisch zijn. Als je bent wat je hebt –en daar geloof ik wel in- staan mensen hier wederom volledig in hun nakie!
Blootgeven is al zo oud als de uitvinding van de rommelmarkt en de winkel. Allebei vast best lang geleden. En daar hoor je nooit iemand over. Bij deze.
maandag 16 januari 2012
Dankbaar
Ik dacht, ik doe eens aardig en zette mijn, veel te dikke en overbodig geworden, televisie ‘gratis af te halen’ op Marktplaats. Er werd meteen druk gereageerd. De meneer die hem diezelfde avond kon komen halen won.
In plaats van ‘mevrouw, wat een prachtige televisie’ zei hij: ‘waar is de afstandsbediening?’. In plaats van ‘wat aardig van u, weet u zeker dat u er toch niet iets voor wilt hebben?’ zei hij: ‘wat kun je hier slecht parkeren’. In plaats ‘bedankt’ zei hij: ‘kunt u beneden even de deur open houden?’.
Beneden bij de deur hoorde ik mezelf in plaats van ‘dag’ opeens ‘bedankt…… voor het ophalen’ zeggen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
