dinsdag 28 oktober 2008

American Dream



Op nog geen twee uur rijden van New York richting het noorden bevind je je in een andere wereld. Hier, op het platteland van Amerika, kan het contrast met de stad vol hoge gebouwen, lawaai, verkeer en mensenmassa’s haast niet groter. De dorpjes zijn stil, lieflijk gebouwd op een heuvel, omringd door bomen in vurige kleuren en met huizen van hout en sfeervolle veranda’s. Het lijkt wel een sprookje. Er heerst hier een bijna surrealistische vrede.

Zo rijden wij een dergelijke ‘luchtbel’ -een dorpje dat Westhampton heet- binnen op een zonnige dag. We treffen het. Vandaag is er een herfstfestival. Op het centrale grasveld begint het festijn met een demonstratie van een Border Collie (hond) die een troep ganzen probeert te laten slalommen. De ganzen willen natuurlijk weer niet. Daarna volgt in het trage tempo van de countryside een demonstratie bijlen gooien, bomen zagen, pompoenen slingeren met een katapult, vogelverschrikkers maken en boeketjes maken van siermais. De oudere dames van het dorp staan trots achter het kraampje met heerlijke taarten, waarvan de opbrengst gaat naar de plaatselijke bibliotheek. Wij lunchen met bosbessentaart, verse donuts en brownies. De mensen zijn vriendelijk, de zon schijnt, iedereen is gelijk, het leven is mooi.

De middag eindigt met het grote spektakel: The Great Pumpkin Roll! In een grote stapel zoekt iedereen een mooie pompoen uit, zet zijn naam erop en laat hem vervolgens tegelijk met de rest van het dorp de heuvel af rollen. Wiens pompoen het verste komt heeft gewonnen. Wij doen alle drie mee (al blijkt het toch vooral voor kinderen) en hollen opgewonden achter onze pompoenen aan naar beneden. Eenmaal beneden zien we het golfkarretje passeren waarin twee heren gewichtig de twee winnende pompoenen op hun schoot hebben. Helaas, geen internationale winnaars in Westhampton vandaag.

Met rode wangen van de wedstrijd eten we op strobalen bij een groot vuur dat is aangestoken. Het hele dorp haalt wat zoete bonen, een hamburger en een chocolate chip cookie om op te eten bij het vuur. Wij voelen ons opgenomen in de gemeenschap en warmen ons aan de aandacht en het vuur. Als het donker wordt moeten we naar onze auto, waarin we slapen. Nog even kijken we achterom naar het witte kerkje, de heuvel en de nu verlaten straat. Het leek wel een droom.

vrijdag 17 oktober 2008

New York




'I'm in New York, New York, city that never shuts up', zingt Ani Difranco al dagen in mijn hoofd.

Ik ben nu een week in the Big Apple en vind het moeilijk om de stad in woorden te vangen. Het is zoveel! Druk, benauwend, rijk, arm, lekker warm buiten en binnen vaak koud door de airco. Ik raak eindeloos gefrustreerd door mijn constant gebrek aan orientatie; telkens als je uit de metro komt weet je niet welke kant 'uptown' of 'downtown' is. Aaaargh!! De Newyorkers zijn altijd bereid om je uit je lijden te verlossen, maar kunnen een ironische grijns niet onderdrukken; stomme toerist. Het schijnt overigens wel dat de toeristen hier de economie op dit moment draaiend houden. Iedere ochtend begint met de verplichte beker take away coffee en daarna lopen, lopen en nog eens lopen. Nogal wiedus dat al die Amerikanen op die foute sportschoenen lopen; you just need them!

Door het programma van mijn werk de afgelopen week was ik in de gelegenheid om de stad op een andere manier te zien dan de gemiddelde toerist. Onze groep bezocht o.a. de Kipp School in de Bronx (zwarte wijk), waar kinderen door superenthousiaste docenten worden gestimuleerd om uit hun 'underprivileged' situatie te breken. Bijna al deze kinderen stromen door naar een goeie High School en zo wordt de negatieve spiraal van armoede doorbroken. Ook bezochten we een Community Court, waar overtreders van de wet niet altijd gevangenisstraf krijgen, maar de optie krijgen om een afkick-programma te volgen of een opleiding te doen. Kortom, waar de problemen bij de wortels worden aangepakt. Helemaal goed! Begrijp niet waarom er nog normale 'courts' bestaan!

Verder is de veelheid aan culturen natuurlijk een feest. Het is vooral boeiend om te zien dat het hier veel minder dan bij ons als problematisch wordt gezien. Integratie? Hoezo? Iedereen gelukkig met zijn eigen groepje en eigen taal en iedereen voelt zich toch ook Amerikaan. En het levert prachtige plaatjes op, zoals de Joodse families in Brooklyn die 's avonds na hun loofhuttenfeest massaal op straat lopen in hun markante uitdossingen. Dat zien wij nooit in Amsterdam. Of grote zwarte mannen die op de straathoek basketbal spelen. Mijn eerste morgen in Brooklyn zat ik de eerste ochtend in een totaal Latino-run ontbijtplekje aan de home made fries for breakfast. Sowieso raak je hier geobsedeerd door eten! Er is zoveel en je moet de hele tijd kiezen.

Je vraagt je wel af wie het zich kan veroorloven om hier te wonen als je hoort wat mensen betalen voor hun appartement. My goodness, dat is echt veel! Dat terwijl de gemiddelde mens er veel minder rijk of hip uitziet dan ik had verwacht. Waarschijnlijk hebben ze na het betalen van de huur geen cent meer over voor hippe sneakers.
Met de groep hebben we woensdag het presidentiele debat gekeken. Oh, wat is die McCain een eikel, zeg! Iedereen hier houdt zijn 'fingers crossed' voor Obama. Mocht ie het niet worden, dan gaan ze verhuizen. Zeggen ze.

Ik slaap in een van de slechtse hostels waar ik ooit in heb geslapen. Mijn 'single room' is een soort kast ongeveer net zo groot als mijn bed. Er zijn geen plafonds, waardoor je je buurman kan horen ademen! Posters op de deur vragen je hulp bij het verminderen van de kakkerlakken-plaag. Hmmm, dat krijg je blijkbaar als de grond per m2 zo duur is als in NY!

Ik heb nog een week om Amerika op me in te laten werken. Sig en Zon wachten op mij in Massachussets. Hoewel ik de Pijp gewend ben, verlang ik er wel naar om weer wat meer lucht te zien dan Manhattan en zijn hoge gebouwen toelaat. To be continued.

donderdag 2 oktober 2008

Ergernis



Ben gek op Amsterdam. Al toen ik 16 was en met een racefiets vanuit Castricum naar de Jordaan fietste (om een treinkaartje uit te sparen), dacht ik: ‘wauw, wat moet het gaaf zijn om hier te wonen! Dat wil ik ook!’.

En dat is gelukt. Ik woon hier alweer 16 jaar. Maar na al die jaren is er ook wel wat realiteitszin in geslopen. Dan zie je ook weer andere dingen van een stad, dan alleen maar die lonkende vrolijkheid.

Twee dingen met name moet ik even kwijt.
Wie haalt het in zijn achterlijke harses om het kratje voor op mijn fiets te verwarren met een vuilnisbak? Bijna dagelijks vis ik ’s ochtends een keur aan afgekeurde attributen uit mijn bak, variërend van patatbakjes met mayonaise, milkshake-bekers tot bananenschillen. Hoe zit je precies in elkaar als je dat doet? Het zou namelijk niet in mijn achterlijke harses opkomen om mijn vuil in andermens fiets te werpen. Mij bekruipt dan een soort onbestemde vrees voor waar die mensen dan wellicht nog meer in staat zijn. Dat heb ik overigens ook met mensen die het plastic zakje van mijn zadel jatten. Gebeurd ook een paar keer in de week. Hoe kun je dat doen zonder te denken aan hoe zielig het wel niet is dat die ander nu een natte kont krijgt? Voel je je al aangesproken? En dan heb ik het nog niet eens over die gek die alle fietskratjes in Amsterdam bespuit met de letters NBK! Wat een bizarre vorm van geldingsdrang!

Next. Wie heeft vanuit de gemeente bedacht dat alle herfstblaadjes van de stad liefst om 7 uur ’s ochtends door een soort omgekeerde stofzuiger moeten worden weggeblazen? Behalve het feit dat het ‘probleem’ vooral verplaatst wordt - want het karretje dat erachter aanrijdt neemt lang niet alle blaadjes mee- vraag ik me vooral af waarom dat ding ZOVEEL HERRIE moet maken. De stofzuigende in kwestie, gehuld in oranje gemeentepak eventueel gecombineerd met een gehaakte reggaemuts, draagt lekker oordoppen, maar zal ’s avonds toch ook nog wel nasuizen van zijn werk? Mag dat wel van de ARBO? En willen wij eigenlijk geen blaadjes op de stoep? Toch leuk! Hebben we eens een boom in de stad, worden de sporen snel verwijderd!

Ik kan me zo voorstellen dat deze klaag-rubriek nog eens terugkomt. Hij bevalt nu al heel goed.

zondag 28 september 2008

Autoloos





Dat was een sensatie vorige week zondag; Amsterdam autoloos! Autoloos bleek autoluw, want mensen mochten nog wel gewoon de stad uit. Maar wij vonden het genoeg reden om lekker breeduit over de drukst bereden wegen in de binnenstad te skaten. Een enkele keer maar werden we door een boze automobilist bijna van onze wieltjes gereden.
Op de groene markt op de Albert Cuyp staarden we naar hele sexy electrische scootertjes (veraderlijk, want geluidsloos) en op de Berlage brug probeerde Sig eens te 'whiken'; een zeil/ligfiets-combinatie.
Ik weet het nu zeker; ik ga op zoek naar een politieke partij die de binnenstad voorgoed autovrij wil maken (nog wel even van die stinkende diesel-camper van ons zien af te komen...).

vrijdag 19 september 2008

Aandacht



Stel, je schrijft een artikel op je werk en er komt een pop-up op je beeldscherm dat je weer een nieuw e-mailtje hebt. Je moet de neiging onderdrukken om hem te gaan openen. Stel, je hebt eens een goed gesprek met je partner over de zin van het bestaan en er komt een SMS-je binnen of erger, een telefoontje. Je kunt het gesprek voortzetten, maar afgeleid ben je wel. De buitenwereld dringt zich aan je op. Kinderen zijn ook van die fantastische ‘attention-suckers’ (term geleend van een ex-collega), die helemaal geen rekening houden met waar je mee bezig bent.

Een ding tegelijk doen is voor 'losers'; een beetje modern mens gaat niet meer alleen sporten, maar tegelijk TV kijken of muziek luisteren.Is dat momenteel niet het probleem van velen; aandacht? Of liever het gebrek eraan, of misschien de moeilijkheid van het goed verdelen van je aandacht? Naar aanleiding van een gesprek met Akke op een terras van de week hierover- een gesprek overigens waarbij we probeerden met zoveel mogelijk aandacht naar elkaar te luisteren, wat eigenlijk best moeilijk is- stuurde zij mij een artikel van Marjoleine de Vos, redacteur van het NRC Handelsblad, over ‘multitasken’.

De schrijfster verwerpt de himmelhoch-juigende stemming rondom het multitasken en stelt dat de mens eigenlijk niet in staat is om meerdere dingen tegelijk te doen. Je hoort het toch als iemand aan de telefoon stiekem probeert ook nog een e-mailtje te tikken en zaken als telefoneren en autorijden/fietsen/skaten gaan gewoon ook niet heel lekker samen. Ik ben het grondig met haar eens. Haar voorstel is om alle dingen die we moeten doen NA elkaar te doen in plaats van tegelijkertijd en dan met volle aandacht; seriële volle aandacht (SVO) noemt ze dat. Want er is ook uit onderzoek gebleken dat alles half doen erg slechte resultaten oplevert; je doet dingen slechter en je onthoudt er niks van.

Goed, de theorie is helder. Nu nog de praktijk. Zal ik dan maar niet meer, zodra ik thuis kom, de computer aanzetten? Zal ik dan maar niet meer een weblog bijhouden waardoor ik veel mensen opzadel met de ‘burden’ het ook nog te gaan lezen? En de ergste vijand van de SVO ben je altijd nog zelf. Het zijn niet alleen de SMS-jes en mailtjes die verstoring veroorzaken, maar vaak ook je eigen dwangmatige gedachten aan andere dingen dan die waar je op dat moment mee bezig bent. Hoe vaak ga je nu helemaal op in dat wat je aan het doen bent? Dat doet me dan weer denken aan ‘De kracht van het NU’; een boek dat ik nu herlees, omdat het me twee jaar geleden zo inspireerde. Ik blijk er weinig van onthouden te hebben. Zeker ook nog met iets anders bezig geweest.

vrijdag 12 september 2008

Ramadan


In het kader van de ramadanfestival ging ik vorig jaar bij een islamtische familie eten. Omdat het dit jaar weer kan, zal ik jullie mijn verslag van toen niet onthouden. Wie weet krijg je zin...

Ramadanfestival

Het overbruggen van een vermeende cultuurkloof begint al op de Albert Cuyp, waar ik, ik moet het eerlijk bekennen, expres een bosje bloemen aan het uitzoeken ben dat niet mijn smaak is. Ik denk ‘smaken verschillen’en probeer mij in te leven in de smaak van een islamitische familie die ik niet ken en waar ik straks ga eten. ‘Geen porum, dat bossie!’, zegt de marktvrouw dan ook. Is deze Amsterdamse directheid nou mijn cultuur?

Ik heb Matthijs meegesleept naar het diner. We zijn te vroeg en gaan op het bankje bij het huis in Slotermeer zitten wachten tot het zeven uur is. Als we vijf over zeven aanbellen – best spannend bij iemand die je echt niet kent- zegt onze gastvrouw heel direct en met een vrolijk gezicht ‘jullie zijn te laat!’. De drie andere gasten en de broer van de gastvrouw zitten al aan tafel. Zijn vrouw en de kinderen schuiven later ook aan. De drie andere gasten zijn allemaal vrouw, relatief jong en met een open blik. Dat wordt vast geen ruzie vanavond. Onze jonge gastvrouw heeft zich enorm uitgesloofd; er is heel veel heerlijk eten! Terwijl ze honderduit kletst over ramadan, de islam (‘ik ben niet echt praktiserend, hoor’), haar buurt en haar carrièrekansen, blijft de TV op de achtergrond beelden uit Mekka uitzenden. Haar broer vertelt over Marokko, Berbers en overeenkomst in taal (een van de gasten heeft Nederlands gestudeerd). Hij gaat, als het tijd is, weg om te bidden in de moskee. O ja, we waren al bijna vergeten bij een islamitische familie te gast te zijn. Na de muntthee moeten de kinderen nodig naar bed en de eerste gast moet haar bus terug naar Gouda pakken. In Gouda waren geen gastfamilies, zielig he. Wij stappen op, bedanken onze gastvrouw. Mijn lelijke bosje staat tussen de andere bossen bloemen en gekregen chocolade.
Heel bijzonder om van iemands gastvrijheid, verhalen en kookkunsten te hebben mogen genieten; en het kost niet eens iets! Vooral met dat laatste kun je indruk op autochtonen maken.

Fanfare




Soms, heel af en toe, is het leven heel eenvoudig. Als je je met een zich immer vervelende kleuter een ganse ochtend hebt verschanst in je stadswoning drie hoog achter, dan heb je ’s middags wel eens behoefte aan wat anders. Je weet nog niet precies wat, maar dat er iets moet gebeuren is een feit.

De kinderstraattheater-dag bij het Van Ostadetheater om de hoek biedt uitkomst. Ineens komen al die zich immer vervelende kleuters uit hun drie hoog achters gekropen en gaan ze zich met z’n allen op straat toch een potje vermaken! Er zijn fietsen op één wiel, grote circusballen om op te lopen en er is circusmuziek. Drie mannetjes met grote toeters en gekke snorren doen een fanfare na. Ze spelen stiekem supergoed en als ze zien hoe ik geniet gaan ze met z’n drieën om me heen staan om eens flink in mijn oor te toeteren.

Bij theatergroep Odd Enjinears kun je, na het invullen van een vragenlijst, een zeer persoonlijk ‘concert des levens’ laten spelen binnen in een spannende machine. Een clown ziet de godganse middag ballonnenbloemen in elkaar te draaien. Allemaal gratis.

Hoe simpel kan het zijn? We zijn toch niet bedoeld om in onze kleine gezinnetjes in onze kleine huisjes te hangen? Geef het volk brood en spelen en iedereen is gelukkig! Ik tenminste wel.