donderdag 27 november 2008

Berlin


Na de conferentie in Wenen was er een vergadering in Berlijn. Werken bij een internationale organisatie heeft zo zijn voordelen. Ik was sinds mijn middelbare schoolreis niet meer in Berlijn geweest en heb ook NIETS herkend van die keer! Dat kan kloppen, susten de Berlijners, onze stad verandert voortdurend.

Twee dagen was ik vrij en kon ik rondfietsen. Vrij als een vogel.
Wat een andere sfeer dan in Amsterdam! Berlijn heeft drie centra in plaats van één en dat maakt de oriëntatie zo compleet anders. Ook heeft Berlijn open plekken in de stad. Kom daar in Amsterdam maar eens om! Er is zoveel ruimte, alles is zo uitgestrekt. En wat veel lelijke flats bij elkaar! De prachtigste oude gebouwen en de lelijkste naoorlogse architectuur. De mooiste buurt vond ik Prenzlauer Berg, met zijn originele winkeltjes en zijn verbouwde ‘Kulturbrauerei’. Verder moest ik van insiders naar Friedrichshain en Kreuzberg, maar daar was het even zoeken naar de goeie straatjes.

In Kreuzberg had ik mijn meest bizarre moment toen ik totaal verkleumd van de kou in een café een appeltaartje at en een jonge zwerfster in het café aan iedereen geld vroeg. Aan mij vroeg ze een hapje van mijn appeltaart. Ik was te verbaasd om haar iets te geven (en wilde geloof ik vooral mijn vorkje niet met haar delen). Met een boze blik riep ze me toe: ‘Entschuldigung daB ich hunger habe’. Het taartje smaakte me natuurlijk helemaal niet meer.

En de muur. Dat blijft een intrigerende lijn door de stad. Ging toch weer naar Checkpoint Charlie en het Mauer Museum en was tamelijk teleurgesteld; wat een prutmuseum. Veel te veel informatie in veel te veel talen op vergeelde borden. Die dingen die je echt wilt weten kun je niet eens vinden. Neem dan het Joods museum. Daar zijn alle nieuwe ideeën over tentoonstellen wel doorgevoerd en dat alles in een prachtig gebouw.

Als iedere stad een eigen geur heeft, dan ruikt Berlijn naar kooltjes. Niet om op te eten, maar om te stoken. Dat wordt dus nog driftig gedaan in Berlijn. En dat ruikt heel knus en ouderwets.

Ik ga snel weer een keer naar Berlijn. Kijken of ik nog iets herken.

woensdag 26 november 2008

Conferentie


Conferenties zijn een vreemd verschijnsel. Je zou er ontzettend veel van op moeten steken, maar dat heb ik nog nooit gedaan. Je zou er nuttige contacten moeten opdoen, maar de contacten die ik opdoe zijn vooral leuk en helemaal niet nuttig.

Mijn conferentie is in Wenen. Met 150 andere ‘Human Rights Adult Educators’ gezellig in het Hilton Hotel. In de badkamer van mijn hotelkamer staat dat je normaal gesproken € 260 voor deze kamer moet betalen (belachelijke prijs; die de organisatie gelukkig niet heeft betaald!). Voor die prijs krijg je dan wel je naam (met een foutje) op je televisiescherm als je de TV aanzet!

En wat verveelt die luxe snel! Na al die gerookte zalm en terrines verlang je bijna naar een gewone bruine boterham met kaas. Of naar niks meer eten. De grote spiegels in de badkamer -die ik lekker thuis niet heb- zorgen ervoor dat je, genietend van het zoveelste chocoladetaartje van het buffet, het beeld van jezelf onder de douche ineens heel helder voor je ziet. Hmm.. misschien toch het laatste taartje vandaag. Na drie dagen plenaire sessies/ eten/ kletsen/ workshop/ netwerken/ workshop/ eten, smeekt het lijf om een beetje beweging. Gelukkig kan ik af en toe even ontsnappen en mijn lijf ‘uitlaten’ met een wandelingetje langs de Donau.

Het bizarre is dat niemand hardop uitspreekt wat een onzinnige bijeenkomst dit eigenlijk is. Iedereen vind het wel best, wordt ervoor betaald of vind het fijn een weekendje uit te rusten zonder de kinderen. Of is al zo gewend aan het vage verschijnsel conferentie dat ie het niet meer kritisch kan beschouwen. De organisatie zal ook nooit concluderen dat ze een half jaar voorbereidingstijd hebben weggegooid. De bezoekende ministers hebben lovende woorden over de conferentie in hun praatjes, want zo is hun geldpotje ook weer besteed. Mijn advies is om het geld dat ze zo aan de deelnemers besteden direct op de rekening van onze stichtingen te storten. Dan pas zie ik praktisch nut.

maandag 10 november 2008

In Memiriam


Vanochtend hoorde ik dat Miriam Mekeba, 76 jaar, na het concert dat ze gisteren in Italië gaf aan een hartaanval is overleden. Twee dagen geleden zag ik haar op het podium van Paradiso nog verleidelijk heupwiegen en rauw uithalen met haar Zuidafrikaanse alt en nu… is ze dood.

Het voelt zo raar om nu ineens getuige te zijn geweest van haar een na laatste optreden ever! En ‘Mama Africa’ maakte vrijdag nog geenszins de indruk van plan te zijn om dit aardse podium te verlaten! Ze had nog pientere praatjes, pretoogjes en die autoriteit die een dame van haar leeftijd zo goed af kan dwingen. Af en toe ging ze wel een nummertje zitten op een stoel op het podium. Daardoor konden we haar met kraaltjes versierde blote voeten goed zien, maar uitgeblust kwam ze niet over. Wel sprak ze de zaal toe: ‘Also when I’m no longer here, go and listen to my boys (the band), who will be the Miriam Mekaba-band with or without me..’.
Ik dacht nog, dat wordt niks met die band zonder jou. Zonder die typisch klikgeluiden in de zang en zonder jouw stem in de kraker ‘pata pata’ en die gigantische heupen die daarbij nog schalks in het rond draaien. Toen ze om een glas water vroeg, kreeg ze van iemand uit het publiek een blikje Redbull. Daar werd hartelijk om gelachen, maar achteraf was dat natuurlijk een voorbode. Redbull geeft je vleugels.

dinsdag 4 november 2008

Panda's


In het waterige ochtendzonnetje stonden/zaten/lagen vorige week ineens 1600 panda's in het gras van het Museumplein. Het Wereld Natuur Fonds wilde laten zien dat er ook in werkelijkheid nog maar 1600 panda's over zijn op deze wereld. Toen Sig en Zonne 's middags gingen kijken waren ze, op een enkeling na, weg. Ik denk dat ze zich stiekem achter het Van Gogh aan het voortplanten waren om volgend jaar echt het hele Museumplein te kunnen vullen!

dinsdag 28 oktober 2008

American Dream



Op nog geen twee uur rijden van New York richting het noorden bevind je je in een andere wereld. Hier, op het platteland van Amerika, kan het contrast met de stad vol hoge gebouwen, lawaai, verkeer en mensenmassa’s haast niet groter. De dorpjes zijn stil, lieflijk gebouwd op een heuvel, omringd door bomen in vurige kleuren en met huizen van hout en sfeervolle veranda’s. Het lijkt wel een sprookje. Er heerst hier een bijna surrealistische vrede.

Zo rijden wij een dergelijke ‘luchtbel’ -een dorpje dat Westhampton heet- binnen op een zonnige dag. We treffen het. Vandaag is er een herfstfestival. Op het centrale grasveld begint het festijn met een demonstratie van een Border Collie (hond) die een troep ganzen probeert te laten slalommen. De ganzen willen natuurlijk weer niet. Daarna volgt in het trage tempo van de countryside een demonstratie bijlen gooien, bomen zagen, pompoenen slingeren met een katapult, vogelverschrikkers maken en boeketjes maken van siermais. De oudere dames van het dorp staan trots achter het kraampje met heerlijke taarten, waarvan de opbrengst gaat naar de plaatselijke bibliotheek. Wij lunchen met bosbessentaart, verse donuts en brownies. De mensen zijn vriendelijk, de zon schijnt, iedereen is gelijk, het leven is mooi.

De middag eindigt met het grote spektakel: The Great Pumpkin Roll! In een grote stapel zoekt iedereen een mooie pompoen uit, zet zijn naam erop en laat hem vervolgens tegelijk met de rest van het dorp de heuvel af rollen. Wiens pompoen het verste komt heeft gewonnen. Wij doen alle drie mee (al blijkt het toch vooral voor kinderen) en hollen opgewonden achter onze pompoenen aan naar beneden. Eenmaal beneden zien we het golfkarretje passeren waarin twee heren gewichtig de twee winnende pompoenen op hun schoot hebben. Helaas, geen internationale winnaars in Westhampton vandaag.

Met rode wangen van de wedstrijd eten we op strobalen bij een groot vuur dat is aangestoken. Het hele dorp haalt wat zoete bonen, een hamburger en een chocolate chip cookie om op te eten bij het vuur. Wij voelen ons opgenomen in de gemeenschap en warmen ons aan de aandacht en het vuur. Als het donker wordt moeten we naar onze auto, waarin we slapen. Nog even kijken we achterom naar het witte kerkje, de heuvel en de nu verlaten straat. Het leek wel een droom.

vrijdag 17 oktober 2008

New York




'I'm in New York, New York, city that never shuts up', zingt Ani Difranco al dagen in mijn hoofd.

Ik ben nu een week in the Big Apple en vind het moeilijk om de stad in woorden te vangen. Het is zoveel! Druk, benauwend, rijk, arm, lekker warm buiten en binnen vaak koud door de airco. Ik raak eindeloos gefrustreerd door mijn constant gebrek aan orientatie; telkens als je uit de metro komt weet je niet welke kant 'uptown' of 'downtown' is. Aaaargh!! De Newyorkers zijn altijd bereid om je uit je lijden te verlossen, maar kunnen een ironische grijns niet onderdrukken; stomme toerist. Het schijnt overigens wel dat de toeristen hier de economie op dit moment draaiend houden. Iedere ochtend begint met de verplichte beker take away coffee en daarna lopen, lopen en nog eens lopen. Nogal wiedus dat al die Amerikanen op die foute sportschoenen lopen; you just need them!

Door het programma van mijn werk de afgelopen week was ik in de gelegenheid om de stad op een andere manier te zien dan de gemiddelde toerist. Onze groep bezocht o.a. de Kipp School in de Bronx (zwarte wijk), waar kinderen door superenthousiaste docenten worden gestimuleerd om uit hun 'underprivileged' situatie te breken. Bijna al deze kinderen stromen door naar een goeie High School en zo wordt de negatieve spiraal van armoede doorbroken. Ook bezochten we een Community Court, waar overtreders van de wet niet altijd gevangenisstraf krijgen, maar de optie krijgen om een afkick-programma te volgen of een opleiding te doen. Kortom, waar de problemen bij de wortels worden aangepakt. Helemaal goed! Begrijp niet waarom er nog normale 'courts' bestaan!

Verder is de veelheid aan culturen natuurlijk een feest. Het is vooral boeiend om te zien dat het hier veel minder dan bij ons als problematisch wordt gezien. Integratie? Hoezo? Iedereen gelukkig met zijn eigen groepje en eigen taal en iedereen voelt zich toch ook Amerikaan. En het levert prachtige plaatjes op, zoals de Joodse families in Brooklyn die 's avonds na hun loofhuttenfeest massaal op straat lopen in hun markante uitdossingen. Dat zien wij nooit in Amsterdam. Of grote zwarte mannen die op de straathoek basketbal spelen. Mijn eerste morgen in Brooklyn zat ik de eerste ochtend in een totaal Latino-run ontbijtplekje aan de home made fries for breakfast. Sowieso raak je hier geobsedeerd door eten! Er is zoveel en je moet de hele tijd kiezen.

Je vraagt je wel af wie het zich kan veroorloven om hier te wonen als je hoort wat mensen betalen voor hun appartement. My goodness, dat is echt veel! Dat terwijl de gemiddelde mens er veel minder rijk of hip uitziet dan ik had verwacht. Waarschijnlijk hebben ze na het betalen van de huur geen cent meer over voor hippe sneakers.
Met de groep hebben we woensdag het presidentiele debat gekeken. Oh, wat is die McCain een eikel, zeg! Iedereen hier houdt zijn 'fingers crossed' voor Obama. Mocht ie het niet worden, dan gaan ze verhuizen. Zeggen ze.

Ik slaap in een van de slechtse hostels waar ik ooit in heb geslapen. Mijn 'single room' is een soort kast ongeveer net zo groot als mijn bed. Er zijn geen plafonds, waardoor je je buurman kan horen ademen! Posters op de deur vragen je hulp bij het verminderen van de kakkerlakken-plaag. Hmmm, dat krijg je blijkbaar als de grond per m2 zo duur is als in NY!

Ik heb nog een week om Amerika op me in te laten werken. Sig en Zon wachten op mij in Massachussets. Hoewel ik de Pijp gewend ben, verlang ik er wel naar om weer wat meer lucht te zien dan Manhattan en zijn hoge gebouwen toelaat. To be continued.

donderdag 2 oktober 2008

Ergernis



Ben gek op Amsterdam. Al toen ik 16 was en met een racefiets vanuit Castricum naar de Jordaan fietste (om een treinkaartje uit te sparen), dacht ik: ‘wauw, wat moet het gaaf zijn om hier te wonen! Dat wil ik ook!’.

En dat is gelukt. Ik woon hier alweer 16 jaar. Maar na al die jaren is er ook wel wat realiteitszin in geslopen. Dan zie je ook weer andere dingen van een stad, dan alleen maar die lonkende vrolijkheid.

Twee dingen met name moet ik even kwijt.
Wie haalt het in zijn achterlijke harses om het kratje voor op mijn fiets te verwarren met een vuilnisbak? Bijna dagelijks vis ik ’s ochtends een keur aan afgekeurde attributen uit mijn bak, variërend van patatbakjes met mayonaise, milkshake-bekers tot bananenschillen. Hoe zit je precies in elkaar als je dat doet? Het zou namelijk niet in mijn achterlijke harses opkomen om mijn vuil in andermens fiets te werpen. Mij bekruipt dan een soort onbestemde vrees voor waar die mensen dan wellicht nog meer in staat zijn. Dat heb ik overigens ook met mensen die het plastic zakje van mijn zadel jatten. Gebeurd ook een paar keer in de week. Hoe kun je dat doen zonder te denken aan hoe zielig het wel niet is dat die ander nu een natte kont krijgt? Voel je je al aangesproken? En dan heb ik het nog niet eens over die gek die alle fietskratjes in Amsterdam bespuit met de letters NBK! Wat een bizarre vorm van geldingsdrang!

Next. Wie heeft vanuit de gemeente bedacht dat alle herfstblaadjes van de stad liefst om 7 uur ’s ochtends door een soort omgekeerde stofzuiger moeten worden weggeblazen? Behalve het feit dat het ‘probleem’ vooral verplaatst wordt - want het karretje dat erachter aanrijdt neemt lang niet alle blaadjes mee- vraag ik me vooral af waarom dat ding ZOVEEL HERRIE moet maken. De stofzuigende in kwestie, gehuld in oranje gemeentepak eventueel gecombineerd met een gehaakte reggaemuts, draagt lekker oordoppen, maar zal ’s avonds toch ook nog wel nasuizen van zijn werk? Mag dat wel van de ARBO? En willen wij eigenlijk geen blaadjes op de stoep? Toch leuk! Hebben we eens een boom in de stad, worden de sporen snel verwijderd!

Ik kan me zo voorstellen dat deze klaag-rubriek nog eens terugkomt. Hij bevalt nu al heel goed.